Frank De Bleeckere wil niet praten over spelers, spelfases en zeker niet over collega’s. Eigenlijk zwijgt hij gewoon liever. Alleen een soort ingehouden fierheid verraadt soms wat hij echt denkt. Bij de enige Belgische scheidsrechter in de Europese ‘top class’, de beste 25, moet je tussen de regels lezen. Hij aanvaardt dat hij niet de nummer één is in België. Toch is hij de enige scheidsrechter die kans maakt op het WK.
De Belgische voetbalbond is trots op zijn scheidsrechters. De topzeven uit België is gegeerd voor Europese wedstrijden en krijgt bovendien zeer positieve rapporten uit het buitenland. Alleen weet men dat in België niet. Hier zijn de scheidsrechters vaak de gebeten hond, vaak om falen bij spelers te verbergen. Scheidsrechters zijn makkelijke doelwitten. Terwijl voetballers graag hun hart luchten in de pers, geldt bij de spelleiders het principe ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’. Toch praat topscheidsrechter Frank De Bleeckere voor één keer.
Meneer De Bleeckere, waarom wordt iemand scheidsrechter?
“Ik heb zelf nog gevoetbald maar rond mijn achttiende ben ik vrij zwaar geblesseerd geraakt aan mijn gewrichtsbanden. En omdat mijn vader en grootvader scheidsrechter waren geweest in eerste nationale, was de stap niet zo groot. We zijn een generatie scheidsrechters, al zal er geen vierde generatie komen. Ik heb namelijk een dochtertje.”
Herinnert u zich nog uw eerste wedstrijd in eerste klasse?
“Absoluut! Dat was elf jaar geleden op 1 april. Gent- Luik. Ik was toen de jongste scheidsrechter, 28, dat was toen nog ongewoon. Het werd 1-0, een wedstrijd zonder kaarten en een goal van Balenga. Ik was heel zenuwachtig, het was dan ook nog niet ver van mijn huis.”
Waarom bent u zo snel doorgestoten naar de top?
“De eerste drie, vier jaar had ik een privé-coach aan de zijlijn, mijn vader. Hij kwam naar elke wedstrijd en wees me er telkens op wat ik verkeerd deed, wat ik moest veranderen. Dat was een groot voordeel want in het begin weet je niet goed wat je moet doen. Toen heb ik heel snel heel veel bijgeleerd waar andere collega’s misschien iets langer over doen.”
Dit jaar staan er ook veel meer camera’s gericht op het Belgische voetbal. Dat zorgt voor extra druk en extra kritiek. Vindt u dat niet lastig?
“Dat is een logisch gevolg van hoe belangrijk het voetbal op dit ogenblik is. In het buitenland is dat al langer zo, ik denk dat dit in België nog maar een begin is, het zal nog verder evolueren. That’s life. De scheidsrechter moet zich daar kunnen boven stellen. Zo’n dingen moet je aan de top aanvaarden.”
Enkele weken geleden nam ook de speaker van Cercle Brugge u op de korrel met ‘ondanks een duidelijke handsbal van Balaban werd het toch 0-1 voor Club Brugge’.
“Ik heb dat dus niet gehoord. Ik was zo gefocust. Om maar te zeggen dat een geconcentreerde scheidsrechter vaak niet hoort wat supporters roepen. Je zit gefocust op een actie, op een beeld, op de samenwerking met de assistenten. Maar wat die man zei, past eigenlijk niet.”
Nochtans hebt u ook de taak om racisme in de stadions te detecteren?
“Ik moet eerlijk toegeven dat als men in een vol stadion bepaalde dingen roept, het vaak heel moeilijk is om te begrijpen wat ze zeggen. Ik ga altijd uit van een soort procedure. De geviseerde speler moet bepalen wat kan en wat niet kan. Als ik hoor dat een speler het mikpunt is van een supporterskern, zal ik aan hem vragen of hij daar problemen mee heeft of niet. Hij moet de lijn trekken, dan pas grijp ik in.”
Welke impact heeft scheidsrechter zijn op uw dagelijkse leven?
“Ik sta iedere dag op om kwart over zeven en duik in mijn trainingspak. Alles gebeurt met een hartslagmeter.Ik krijg gelukkig alle faciliteiten van mijn werkgever (De Bleeckere doet de PR van deuren en trappen D'Hondt, hvm). Dat is nodig want ik zit op het hoogste niveau. Dan is er nog mijn gezin. Je zit ook nog met die buitenlandse opdrachten, waarvoor je meestal een paar dagen weg bent.Voor een toernooi zoals het WK -17 in Peru is dat al vlug vier weken.Het is als een ketting: als er één schakel wegvalt, zit je in de problemen.”
Bent u ooit al bedreigd?
“Ik heb al twee keer de onaangename ervaring gehad dat supporters naar mijn privé-woning kwamen en mijn ruiten ingooiden. Dat is niet goed te keuren.”
U combineert dit met een ander job. Is het niet mogelijk om professioneel scheidsrechter te zijn?
“Neen. Je moet er vooral rekening mee houden dat wij per wedstrijd worden betaald. Als je ziek, ge blesserd of gedegradeerd bent, krijg je niks. Trouwens, een job erbij is niet zo slecht, dan zit je niet altijd met het voetbal in je hoofd.”
Wat is er nu eigenlijk leuk aan om scheidsrechter te zijn?
“Ik heb er vaak plezier in en velen vragen dan hoe dat mogelijk is. Wij hebben een enorme voldoening als we wedstrijden fluiten waar iedereen tevreden over is, al gebeurt dat niet veel. We weten ook heel goed na een wedstrijd of het goed of slecht was. Dat moet niemand ons komen zeggen. Wij voelen dat ook aan als we het minder onder controle hadden.Ik denk dat iedere scheidsrechter dat weet en dat moet je ook eerlijk zijn met jezelf.”
Hoe gaat u daar mee om?
“Dat moet men aanleren. In het begin ligt dat gevoelig. Een scheidsrechter moet vooral kunnen incasseren. Wanneer komen wij in de pers? Als er iets fout gegaan is. Je mag je nooit persoonlijk geviseerd voelen. Ik ga er altijd van uit dat ik op het terrein altijd alles in eer en geweten heb gedaan. Ik kan maar fluiten wat ik zie. Als ik dat doe, dan kan ik mezelf niets verwijten. Men staat daar soms met acht, en in de Champions Leauge met zestien camera’s. Dan is dat niet eerlijk ten opzichte van de scheidsrechter, omdat ik maar twee camera’s heb, mijn ogen. Dat zeg ik vaak tegen mensen. Kijk, als jij in de normale weergave ook niets opmerkt, dan moet men altijd kunnen zeggen dat het voor de scheidsrechter ook zeer moeilijk was.”
Hoe staat u tegenover de technische hulpmiddelen waarover er de laatste tijd heel wat te doen is?
“Ik sta daar niet weigerachtig tegenover. In Peru, waar ik scheidsrechter was op het WK -17, heb ik de test gedaan met de slimme bal, met een chip erin. Als het systeem op punt staat, is dat een hulpmiddel. De bal gaat over de doellijn of niet. Het is ja of neen, zwart of wit. Ook het gebruiken van beelden is mogelijk, al moet men daar voorzichtig mee zijn.
Het kan niet de bedoeling zijn dat men de wedstrijd om de twee of drie minuten stillegt. Bij bepaalde fases, zoals een doelpunt na een handsbal, is er geen interpretatie mogelijk. Dan denk ik: waarom niet? Het belangrijkste is dat wedstrijdbepalende fases goed beoordeeld worden.”
Sommigen halen het argument aan dat de autoriteit van de scheisrechter wordt ondermijnd.
“Het is vaak beter dat een scheidsrechter kan toegeven dat hij op het terrein fout zat maar na het zien van de beelden alsnog de goede beslissing neemt.”
Wat als u ernaast zat?
“Dan lig ik daarvan wakker. Ik ben een perfectionist. Ik stel me dan de vraag hoe het komt dat ik iets fout beoordeeld heb, en wat ik kan doen om het niet meer te laten gebeuren. Nu, sommige fases zijn moeilijk te beoordelen, omdat ze zo geniepig, zo professioneel worden gedaan.”
Hoe ga je op het veld om met al die emoties van de spelers?
“Als scheidsrechter moet je wat psycholoog zijn. Je moet proberen om 22 verschillende karakters op een lijn te krijgen. Ik kan het niet beter vergelijken met een leraar die voor een klas staat. Vroeger, als de leraar een straf uitdeelde, kreeg je er waarschijnlijk thuis nog een straf bij. Net als bij de scheidsrechters vroeger was daar heel weinig discussie rond. Nu hebben de leraars het veel moeilijker met gezag in de klas. Het wordt minder aanvaard. Dat is net zo in het voetbal. Je moet dan proberen tussen de spelers een goede sfeer te creëren. Wij hebben elkaar in principe dus ook een beetje nodig. Er moet een goede wisselwerking zijn.”
Hoe doet u dat?
“Ik probeer heel vaak op het gevoel te fluiten. Je mag niet alle spelers op dezelfde manier aanpakken.”
Daarvoor moet u de spelers goed kennen.
“Ik loop er al elf jaar tussen, dezelfde gezichten komen vaak terug. Ik denk dat spelers wel weten wat ze bij mij mogen en wat niet. Ik heb mijn eigen karakter en stijl. Bij de voorbereiding van de wedstrijd wordt dat soms aan de spelers meegedeeld, in het buitenland doet men dat in ieder geval. Dat hoort daar bij de voorbereiding van de wedstrijd.”
Wat is uw stijl?
“Dat is moeilijk te omschrijven. Dat zou je aan anderen moeten vragen. Ik ga er wel altijd van uit dat er respect moet zijn tussen spelers en scheidsrechter. Een scheidsrechter moet ook menselijk blijven. Het kan dat je een babbeltje slaat met een speler. Spelers mogen aan mij ook altijd uitleg komen vragen waarom ik iets beslist heb, maar dan wel op een beleefde manier, niet met veel gebaren.Nu, alles is afhankelijk van de match. Als ik voel dat het close wordt, dan zal ik meer afstand houden. Dat is anders dan als iedereen in een goede bui is.”
Beïnvloedt dat ook het al dan niet geven van kaarten?
“Dat nu ook weer niet. Bepaalde fouten moet je bestraffen. Protest is dan weer iets subjectiever. Ik begrijp hun frustratie, maar ik heb er geen begrip voor als die reactie blijft duren. Nu, als een speler iets naar mij roept en dat blijft tussen ons, zal ik nooit een kaart trekken. Dat zou ook niemand begrijpen. Doet hij dat net voor de hoofdtribune, met de armen in de lucht en zeer agressief, dan bestaat die kans wel.”
Houdt u dan rekening met wat er in die wedstrijd al is gebeurd?
“Neen, dat is een reactie. Je beslist in een seconde. We denken niet na. We zien een fout en trekken geel of rood. Als men nadenkt, reageert men te laat en zit men misschien al in een andere fase.”
Houdt u rekening met de reputatie van spelers?
“Nooit. Bij mij moet iedereen kunnen starten vanaf nul. Ik weet dat sommige spelers bepaalde bewegingen uitvoeren, maar dat wil niet zeggen dat ze dat in die wedstrijd ook doen. Na een fout weet ik soms gewoon niet wie die fout heeft gemaakt of wie het slachtoffer is. Ik zie en onthoud enkel nummers. Op het einde van een wedstrijd zou je mogen vragen: ‘wie heeft dat tweede doelpunt gemaakt of hoe is dat eerste doelpunt tot stand gekomen?’ Ik weet dat vaak niet. Echt waar, ik meen dat. Ik moet daarvoor ook naar de beelden kijken.”
U hebt een goede reputatie in het buitenland. Knaagt het dan niet dat u dit weekend bijvoorbeeld in tweede moet gaan fluiten (Bergen-Dessel)?
“Elke CL-wedstrijd is een geschenk, een eer. Het verschil met tweede klasse is groot, dat kan ik niet ontkennen, maar de mensen verwachten daar ook dat De Bleeckere goed zal fluiten. Ik kan me niet permitteren dat ik er met mijn pet naar gooi. Daar schuilt net het gevaar.”
Wat is voor u het meest memorabele moment uit uw carrière?
“De wedstrijd Liverpool-Juventus, twintig jaar na het Heizeldrama. Die sfeer. Toen we zoals gewoonlijk voor de wedstrijd allemaal op een rij stonden, speelde de hymne van de Champions League. Toch hoorde ik enkel die gezangen. ‘You’ll never walk alone’ weerklonk boven het geluid van de boxen. Dat was mooi, zeker als Belgische scheidsrechter. Ik had dat drama 20 jaar daarvoor zien gebeuren op tv. Dat heeft me toen enorm aangegrepen.”
Hebt u speciale verzoeken als u bijvoorbeeld in het buitenland een match moet leiden?
“Niet echt. Alleen wil ik de dag van de wedstrijd rond de middag pasta eten, omdat dat goed verteert. En voor de wedstrijd wil ik een banaan. Die CL-wedstrijden beginnen pas laat, in de tweede helft loop ik dan toch vaak met een lege maag rond.”
U bent blijkbaar heel populair in Italië.
“Och dat weet ik niet. Ik had in de groep van de Uefa wel een Italiaanse mentor, een oud-scheidsrechter. Die heeft me een paar keer uitgenodigd op stages van de Italiaanse scheidsrechters. Dat zijn zo goed als professionele scheidsrechters, daar heb ik veel van opgestoken. Ik leerde Collina kennen, we hebben een goede band. Ik voel me daar wel thuis.”
Hoe hebt u de heksenketel in Turkije- Zwitserland ervaren?
“Dat was zeer leerrijk. Ik mag er eigenlijk nog niet veel over zeggen. Maar voor mij als scheidsrechter heb ik veel geleerd en gezien waar men anders vier of wedstrijden voor nodig heeft. Nu, ik vond het een hele eer dat ik die wedstrijd mocht fluiten.Ik was daar blij mee. Er was enorm veel druk, het ging om een WK-ticket. Zulke wedstrijden blijven bij.”
Mede dankzij een goed rapport daar, en een zeer lovende brief over uw prestaties op het WK -17 in Peru, bent u de enige Belgische scheidsrechter die kans maakt om te mogen fluiten op het WK in Duitsland. Toch bent u in de Belgische rangschikking geen nummer één. Die eer gaat naar- Paul Allaerts. Wringt dat niet?
“Dat is een beslissing die ik moet aanvaarden.Je weet dat het zelfs in de sportwereld moeilijk is om jarenlang op nummer één te blijven. Natuurlijk sta ik liever bovenaan, maar ik leg mij daar bij neer. Iedereen heeft wel eens een mindere periode. Mijn doel is nu het WK. Ik zal me tonen op het terrein.”
U bent nu al elf jaar scheidsrechter in de Belgische eerste klasse. Hoe hebt u het voetbal zien evolueren?
“Alles is veel meer gemediatiseerd. Vroeger waren niet eens alle wedstrijden op tv. Het is een business geworden. De spelers zijn mondiger, er is meer show. In het buitenland zie ik ook dat het niveau veel hoger ligt dan vroeger. Het spel verloopt sneller. En bij de scheidsrechters gaat het er professioneler aan toe. Het is niet zo dat we gewoon maar onze koffers moeten pakken en fluiten.”
Geen last van spelers met sterallures?
“Neen. De merchandising heeft vedetten nodig. Toch gedragen zij zich nooit als vedetten op het veld. Tijdens een wedstrijd zijn dat ook gewone voetballers. Ik heb Real-Lyon gefloten. Met Beckham of Zidane heb je geen problemen.”
Wat vond u van de gerechtelijke beslissing die zegt het discriminatie is om scheidsrechters te doen stoppen op hun 45ste?
“Iedereen moet dat voor zichzelf beslissen.Sommigen scheidsrechters zijn op, bij anderen gooi je heel wat ervaring weg. Toen ik hieraan begon, wist ik dat de maximumleeftijd 45 jaar was, daar leg ik me bij neer. Ik voel bijvoorbeeld al dat ik minder vlot recupereer dan vroeger. Vergeet niet dat wij 12 à 14 kilometer lopen tijdens een match. De dag na een wedstrijd ging ik vroeger altijd wat loslopen. Nu durf ik al eens een uurtje langer te blijven liggen.”
Bron: De Morgen
Topscheidsrechter in Europa, tweede keus in België